Lebuinus 1250 jaar

fresco-lebuinus

Korte biografie van Lebuïnus

Door Dirk Otten

In 768 reist de ongeveer dertigjarige Lebuïnus vanuit York naar abt Gregorius van het St.-Maartensklooster in Utrecht. Informatie over Gregorius en de landstreken rond Utrecht heeft hij gekregen van Ludger. Die was met enkele andere geestelijken in opdracht van abt Gregorius in 767 naar York gereisd. Ludger zou daar een jaar blijven als student van de beroemde Kathedraalschool van Alcuïnus, die in zijn tijd gold als de geleerdste man.

Abt Gregorius geeft Lebuïnus toestemming om, in begeleiding van de oudere monnik Marchelmus, in het grensgebied van de Franken en de Saksen, de IJsselvallei, te gaan missioneren. Lebuïnus en Marchelmus komen aan in Wilp en vinden daar onderdak bij een vrouw, Avarhilde genaamd. De boodschap van Lebuïnus vindt in Wilp zo veel weerklank, dat de Wilpenaren hem vragen om een gebedshuis te bouwen; dat gebeurt.

Daardoor bemoedigd waagt Lebuïnus het om met enkele metgezellen de IJssel over te steken. Bij de nederzetting Deventer bouwen ze een kerkje en een onderkomen. Dat dulden de Saksen niet, een groep krijgers steekt het kerkje in brand en jaagt Lebuïnus en de zijnen terug over de IJssel.

De teleurgestelde Lebuïnus reist terug naar Utrecht, hij vindt daar troost bij abt Gregorius en keert terug naar de IJsselvallei. Hij herbouwt het kerkje van Deventer en vat nu het plan op om naar de Volksvergadering van de Saksen in Marklo te gaan. Als hij de leiders van de Saksen voor zich kan winnen, zullen de onderdanen gemakkelijker volgen.

De overmoedige missie-expeditie mislukt. De Saksen zien hem als een vertegenwoordiger van hun vijand de Franken en van de godsdienst van de Franken, het christendom.

Lebuïnus missioneert daarna nog korte tijd in Deventer en omgeving. Hij overlijdt in november van het jaar 773 en wordt in zijn kerkje begraven. Niet lang daarna verwoesten Saksische krijgers zijn kerkje voor de tweede keer. Na de grote nederlaag die de Saksen in 772 tegen de Franken hebben geleden, is Karel de Grote met zijn leger naar Italië getrokken. De Saksen komen in opstand en heroveren de gebieden ten oosten van de IJssel. De op- en neergaande strijd tussen de Franken en de Saksen zou nog tot 804 duren.